Vertering van het paard

(3)
Laat een opmerking achter

In een natuurlijke omgeving brengt een paard meer dan de helft van zijn tijd door met grazen. Wanneer de mens echter de voeding van het paard voorziet, dan is zijn rantsoen niet altijd aangepast.

Een goede controle van de voeding, waarbij de spijsverteringsfysiologie wordt gerespecteerd, moet ervoor zorgen dat het paard de voedingsstoffen binnenkrijgt die nodig zijn voor zijn activiteit. Voeding die geen rekening houdt met de specifieke spijsvertering van een paard, kan een ongemakkelijk gevoel geven of leiden tot ziektes of slechte prestaties.

[Contenu technique rédigé en collaboration avec LAB TO FIELD, société de recherche et conseil en nutrition équine]


De mond

Een paard selecteert zorgvuldig het voedsel dat hij binnenkrijgt. Kauwen gebeurt uiterst nauwgezet, tot er een fijngemalen bolus ontstaat[1].

De inname varieert volgens het soort voedsel: het inslikken van een kilo hooi duurt bij een paard drie tot vier keer langer dan het inslikken van een kilo geconcentreerd voedsel.

[1] Bolus: gekauwd voedsel vermengd met speeksel.

                              voorbeeld geconcentreerd voedsel                             geconcentreerde "onbewerkte granen"

Tijdens het kauwen produceert het paard enorm veel speeksel om de voedselbolus te bevochtigen en zo het binnenglijden te vergemakkelijken. Om een kilo hooi in te slikken produceert het paard ongeveer 6 liter speeksel, terwijl dat bij een kilo geconcentreerd voedsel slechts twee liter is. Speeksel heeft een basische pH, wat de zuurtegraad in de maag beperkt.

Het speeksel van een paard bevat een enzym[2] dat het zetmeel in granen kan omzetten. Toch is de werking ervan in speeksel verwaarloosbaar voor de vertering van zetmeel.

[2] Spijsverteringsenzymen hebben als doel de ingenomen complexe moleculen te "versnijden" tot eenvoudige moleculen die het organisme kan absorberen.


De maag

Een paard van 500 kg heeft een gemiddelde maagcapaciteit van 12 liter. Het proximale deel (slokdarmgedeelte) is bedekt met een schilferig slijmvlies dat niets afbreekt. Het distale deel (bodemgedeelte) bevat klierweefsel dat voortdurend zoutzuur afscheidt, beschermende stoffen tegen de zuurgraad en enzymen die de eiwitten omzetten in aminozuren en lipide vetzuren. De pH in de maag is dus zuur, voornamelijk door de continue afscheiding van zoutzuur.

 

Afhankelijk van de samenstelling van het voedsel en de grootte van de maaltijd, varieert de doorvoersnelheid van de voedselbolus in de maag:

  • veevoeder heeft een snellere transit dan geconcentreerd voedsel,
  • hoe geconcentreerder de voedingsmiddelen in een maaltijd, hoe langer ze in de maag blijven

Hoewel enzymen worden afgescheiden in de maag, is hun concentratie zeer laag vergeleken met concentraties in de dunne darm.

In de maag van een paard zitten echter enorm veel bacteriën die het zetmeel vergisten. Zo kan een groot deel van het opgenomen zetmeel worden verteerd in de maag.


De dunne darm

De dunne darm bestaat uit drie delen: de twaalfvingerige darm, de nuchtere darm en de kronkeldarm. Hij is ongeveer 25 meter lang, gelijk aan een derde van het totale volume van het spijsverteringsstelsel.

In de dunne darm gebeuren de afscheidingen door de gal, de darmen en de pancreas. Deze basische afscheidingen doen de pH van het voedsel dat in de maag komt stijgen. Ze bevatten enzymen die het zetmeel omzetten in glucose, vetstoffen in vetzuren en eiwitten in aminozuren.

In dit deel worden de voedingsstoffen (glucose, vetzuren, mineralen, sporenelementen, aminozuren) door het paard opgenomen.


De dikke darm

De dikke darm (blindedarm en grote dikke darm) vormt 60% van het totale volume van het spijsverteringsstelsel, goed voor ongeveer honderd liter bij een paard van 500 kg.

In dit deel wordt het voedsel het langst vastgehouden en wordt alles verteerd wat eerder in het spijsverteringsproces nog niet werd verteerd, voornamelijk vezels.

In de dikke darm zit een gevarieerde flora die voornamelijk uit bacteriën bestaat. De voornaamste functie van de darmflora is vezels omzetten in vluchtige vetzuren die door het paard kunnen worden opgenomen.

Die vluchtige vetzuren worden in de dikke darm opgenomen door het lichaam. Bij diëten rijk aan veevoeder zijn de vluchtige vetzuren de voornaamste energiebron voor paarden.


Twee simpele aanbevelingen...

  • Voor de opname van veevoeder:

Om het natuurlijke eetgedrag te respecteren en voor een optimale werking van de spijsvertering, is het belangrijk dat de portie voedsel uit een grote hoeveelheid veevoeder (gras of hooi) bestaat. Voor een paard van 500 kg in een box wordt minstens 8 tot 9 kg hooi per dag aanbevolen.

  • Voor de opname van geconcentreerd voedsel:

Hoewel een paard een deel van het zetmeel in de dunne darm opneemt, kan de inname van te grote hoeveelheden zetmeel via geconcentreerd voedsel schadelijk zijn en ziektes veroorzaken (maagzweren, koliek, hoefbevangenheid, enz.). Daarom is het echt belangrijk om de voedselinname bij paarden te controleren. Voor een paard van 500 kg wordt aangeraden om per maaltijd niet meer dan een kilo ruwe granen (dus 50% zetmeel) of twee kilo korrels/vlokken (dus 25% zetmeel) te gebruiken.

  • 1
  • 2
  • 3
  • 4
  • 5
Score geven
Een beoordeling plaatsen
NAAR BOVEN